BLOG | De wereld aan het werk

Blogs 27 okt 2021
Auteur Jan Lucassen

Wat is werk? Het antwoord op die vraag lijkt misschien simpel. Werken doen we allemaal: als zelfstandig professional, in loondienst op kantoor, in de fabriek of in de zorg, of in het huishouden. Maar onze ervaringen met werk verschillen enorm, tussen generaties en tussen continenten. En in het afgelopen jaar hebben velen van ons te maken gehad met ingrijpende veranderingen in ons werkende leven.

Nu de ontwikkelingen zo snel gaan, is het belangrijker dan ooit dat we de rol van werk in onze samenleving begrijpen. Alleen dan kunnen we onze belangen als werkenden verdedigen, of zelfs versterken.

In mijn nieuwe boek, De wereld aan het werk, probeer ik een wereldomvattend beeld te schetsen van de activiteiten die we vanaf de prehistorie hebben ontplooid om in onze behoeften te voorzien.

Denken we aan werk, dan stellen we ons daarbij meestal de mannelijke fabrieksarbeider, plantageslaaf, boer of ondernemer voor. In mijn boek probeer ik verder te kijken en ook het werk mee te nemen dat vrouwen en kinderen door de eeuwen heen hebben verricht, zowel in het huishouden als in allerlei werkomgevingen over de hele wereld.

Dit verhaal over werk begint met het werk van de jager-verzamelaars, dat veel aspecten kent die ons verbinden met de primaten die ons voorgingen. Hun bestaanswijze betekende een status quo die de eerste 98% van de geschiedenis van onze soort standhield. Kijken we naar onze jager-verzamelaarvoorouders, dan zien we dat ze niet alleen opereerden, maar samenwerkten in groepen volgens een fundamenteel beginsel van wederkerigheid dat in de moderne samenleving nog steeds geldt. U beseft het misschien niet, maar wij handelen in onze huishoudens vandaag de dag nog steeds volgens de principes van de jager-verzamelaars.

Hoe we van het jager-verzamelaarsbestaan zijn uitgekomen bij robotisering en AI op de werkplek is een boeiend verhaal. Om dat verhaal in al zijn rijkdom te ontrafelen, onderscheid ik vijf grote verschuivingen in de loop van de geschiedenis, die ons stuk voor stuk kunnen helpen begrijpen hoe we op het huidige punt zijn aangeland.

De eerste ingrijpende verandering kwam met de uitvinding van de landbouw. Die voltrok zich meer dan 10.000 jaar geleden op verschillende plekken over de hele wereld onafhankelijk van elkaar en stelde ons in staat om – met veel vallen en opstaan – voedseloverschotten te creëren. Nu er voor iedereen genoeg te eten was en we niet meer allemaal ons eigen voedsel hoefden te verbouwen, kwam er meer ruimte voor andere taken en activiteiten.

Toen we eenmaal over een constante voedselvoorraad beschikten, rezen nieuwe vragen: hoe moesten we deze overtollige vruchten van onze arbeid verdelen? En wie kreeg welke taken toebedeeld? In het boek onderzoek ik hoe mensen het werk buiten het huishouden overal ter wereld op verschillende manieren organiseerden, van China en India tot Amerika en Europa, en hoe samenlevingen omgingen met arbeidsverdeling naar sekse en met slavernij. Of het nu gaat om boeren in de eerste agrarische samenlevingen of om zelfstandige webdesigners van nu die meedraaien in de gig economy, de geschiedenis van werk onthult terugkerende patronen in ons gedrag.

Het volgende keerpunt kwam rond 500 v. Chr., toen min of meer tegelijkertijd en weer op verschillende plaatsen in de wereld, namelijk in China, India en de Griekse wereld, het geld werd uitgevonden. Dit vergemakkelijkte het ontstaan van een beroepsbevolking die massaal werkte voor bazen in ruil voor geld – in nagelstudio’s en tapijtateliers, in wietkwekerijen en bordelen, in investeringsbanken of als betaalde soldaten. Maar er waren ook nog steeds mensen die werden gedwongen als slaaf te werken. Dit is de markteconomie zoals we die sindsdien kennen, maar we vergeten gemakkelijk dat dit geen algehele en definitieve triomf betekende. In Europa en India verdween het geld weer, wel een half millennium lang, om pas na het jaar 1000 weer in zwang te raken. En slavernij is sindsdien ook gekomen en gegaan.

Met dit boek heb ik geprobeerd ervaringen met werk van over de hele wereld samen te brengen, waarbij ik de kunstmatige tegenstellingen heb willen vermijden die we zo vaak hanteren als het gaat om werk, zoals huishoudelijk tegenover industrieel werk, of ‘mannenwerk’ tegenover ‘vrouwenwerk’. We werken niet alleen omdat we anders van honger zouden omkomen, maar ook omdat het een manier is waarop we onze identiteit kunnen uitdrukken en onszelf kunnen verwezenlijken. Dat doen we door met anderen samen te werken, waarbij we streven naar een billijke vergoeding voor onze inspanningen. Ik hoop dat ik erin ben geslaagd om de fascinerende geschiedenis van de menselijke arbeid in grote lijnen neer te zetten. En dat de lezers in staat zullen zijn om in de verhalen over onze nijvere voorouders ook hun eigen ervaringen te herkennen.

Daarna zien we de explosieve groei van de Europese zeemacht vanaf ongeveer 1500. Door nieuwe schepen, navigatie- en bewapeningstechnieken konden mensen zich vrijer over de wereld bewegen en kruisten hun paden elkaar meer dan ooit tevoren. En tegelijkertijd werkten vrouwen harder dan ooit, in de huisindustrie. Dit noemen we de Nijvere Revolutie, zowel in Azië als in Europa. Het Westen begon zich nu te onderscheiden van de rest van de wereld, met steeds meer macht, invloed en geld. Maar wel tegen een prijs: de verovering en uitbuiting van de Amerika’s en de ellende van de slavenplantages. Tegen 1800 dreef de Industriële Revolutie zowel de arbeidsintensiteit als de winsten op en het Westen vergaarde ongekende welvaart, zij het met een scheve verhouding tussen inspanning en beloning, zowel intern als wereldwijd.

De laatste en meest recente verschuiving die ik signaleer, is de langzame omkering van de grote splitsing tussen het Westen en de rest van de wereld. In de laatste tweehonderd jaar is onvrije arbeid geleidelijk afgeschaft, al bestaan massale gevangenisarbeid en moderne slavernij tot op de dag van vandaag voort, en heeft loonarbeid veel terrein gewonnen op zelfstandige productie en huishoudelijk werk. Dit resulteerde uiteindelijk in het ontstaan van de verzorgingsstaat, in verschillende gedaantes, en ook in collectieve actie – van vakbonden en arbeidersbewegingen tot revolutionaire omwentelingen in de Sovjet-Unie en China.