BLOG | Hoe Luke Howard de Haagse School beïnvloedde

Blogs 07 jan 2026
Stagiair WBOOKS

Auteurs Werner van den Belt en Bob Hardus gingen in gesprek voor een blog voor WBOOKS naar aanleiding van hun nieuwe boekDe schilders van Den Haag’.

“Hij schonk de schilders een nieuwe manier van kijken” – door Bob Hardus

Wolken zijn zelden zomaar wolken in de schilderkunst. Ze dragen sfeer, licht en emotie. In hun nieuwe boek De schilders van Den Haag beschrijven auteurs Werner van den Belt en Bob Hardus hoe die ogenschijnlijk vluchtige formaties een sleutelrol spelen in de Haagse School. Tegelijkertijd met de verschijning van het boek is er ook een tentoonstelling geopend in Museum Panorama Mesdag: Lucht, lucht, water – de schilders van Den Haag.

In dit vraaggesprek gaan schrijvers Hardus en Van den Belt, die tevens gastcurator is van de tentoonstelling, dieper in op het werk van de man die het allemaal begon te benoemen: de Engelse apotheker en meteoroloog Luke Howard. Begin negentiende eeuw was hij de eerste die de wolken classificeerde.

Beeld: Luke Howard, Cloud study of Sirrocumulus,
1803-1813, aquarel op papier, 9,9 x 21,8 cm.
Science Museum Londen, langdurig bruikleen van de Royal
Meteorological Society

Hardus: ‘Wat maakt Luke Howard zo belangrijk voor de kunstgeschiedenis?

Van den Belt: “Howard was geen kunstenaar of criticus, maar een wetenschapper. Hij werkte als apotheker in Londen en raakte gefascineerd door het weer. In 1803 publiceerde hij zijn Essay on the Modification of Clouds, waarin hij voor het eerst wolken systematisch benoemde: cirrus, cumulus, stratus, en combinaties daarvan. Dat lijkt een puur wetenschappelijke exercitie, maar het effect op de beeldende kunst was enorm. Voor het eerst kregen kunstenaars taal voor wat ze zagen. Howard gaf ze woorden én legitimiteit om de lucht niet alleen als decor, maar als levend onderwerp te bestuderen.”

Beeld: John Constable, The Hay Wain, 1821, olieverf
op doek, 130,2 x 185,4 cm. The National Gallery
Londen, presented by Henry Vaughan, 1886

Hardus: ‘Hoe kwam zijn invloed bij de Haagse schilders terecht?’

Van den Belt: “Dat gebeurde via Engeland. Schilders als John Constable en Richard Bonington waren geobsedeerd door de wolken. Constable kende Howards theorieën en maakte talloze wolkenstudies, waarbij hij precies noteerde: tijdstip, windrichting, lichtval. Zijn schilderij The Hay Wain (1821) liet zien dat de lucht net zo belangrijk was als het landschap zelf. De Nederlandse schilder Andreas Schelfhout zag dat werk in Parijs in 1824 en was diep onder de indruk. Je kunt gerust zeggen dat daar, tussen Parijs en Londen, de kiem van de Haagse School is gelegd.”

Beeld: Jan Hendrik Weissenbruch, Zelfportret
van de kunstenaar werkend in de open lucht,
1834-1903, potlood op schetsboekblad,
107 x 175 mm. Rijksmuseum, Amsterdam

Hardus: ‘Dus een Engelse meteoroloog lag aan de basis van een Haagse schilderstroming?’

Van den Belt: “Ja, zo zou je het kunnen zeggen. Schelfhout bracht die nieuwe manier van kijken mee naar Den Haag. Hij begon zelf wolken te tekenen met aantekeningen als ‘namiddag tegen de avond’, wat erop wijst dat hij buiten werkte en licht- en kleurveranderingen observeerde. Die directe natuurwaarneming werd doorgegeven aan zijn leerlingen, zoals Bosboom, Weissenbruch en Jongkind. En uiteindelijk ook aan Mesdag.”

Beeld: Jacob Maris, De afgesneden molen, 1872,
olieverf op doek, 45 x 112,5 cm. Rijksmuseum
Amsterdam, schenking van de heer en mevrouw Drucker-Fraser,
Montreux

Hardus: ‘In ons boek noemen we het ‘een nieuwe manier van kijken’. Wat bedoelen we daar precies mee?’

Van den Belt: “Voor de schilders vóór de Haagse School was de lucht vooral achtergrond. Maar Howard en Constable leerden kunstenaars om te zien dat de lucht voortdurend in beweging is. Dat die in feite het licht bepaalt, en dus de stemming van het schilderij. De Haagse School heeft dat idee radicaal doorgevoerd. Hun doeken ademen letterlijk de atmosfeer. Denk aan de wolkenluchten van Weissenbruch of Maris.  Het zijn observaties van licht, lucht en water die bijna meteorologisch precies zijn, maar toch vol gevoel.”

Beeld: Andreas Schelfhout, Militaire
manoeuvres: het Haagse garnizoen
op de Waalsdorpervlakte; op de
voorgrond cavaleristen van het 3e
Regiment Ligte Dragonders, ca. 1862,
olieverf op paneel, 22,1 x 29,2 cm.
Simonis & Buunk, Ede

Hardus: ‘Hoe past dit in de bredere context van de negentiende eeuw?’

Van den Belt: “Het is een tijd van wetenschap en romantiek tegelijk. De opkomende industrialisatie maakte de wereld steeds meer meetbaar, maar kunstenaars willen juist het ongrijpbare vangen. Howard staat precies op dat kruispunt: hij meet en beschrijft de natuur, maar doet dat met bewondering. Dat inspireerde zelfs de grote Duiste dichter Goethe, die een gedicht aan hem opdroeg. In een prachtige vertaling van Harrie Lemmens heeft het een mooie plek gekregen in ons boek. In die zin is Howard een poëtische wetenschapper, iemand die met kennis de verwondering vergroot. Dat is ook wat de Haagse School deed met verf.”

Beeld: Richard Parkes Bonington, Strand, z.j,
olieverf op paneel, 30 x 40 cm. Kunstmuseum
Den Haag, legaat Cleyndert

Hardus: ‘En hoe leeft dat idee vandaag nog voort?’

Van den Belt: “Het fascinerende is dat hedendaagse Haagse kunstenaars zoals Sebastiaan Spit en Marjolein Knottenbelt opnieuw de lucht als onderwerp nemen. Ze zoeken, net als hun voorgangers, naar de relatie tussen licht en atmosfeer. De classificatie van Howard is inmiddels twee eeuwen oud, maar zijn geest waart nog steeds boven de stad. Kijk omhoog boven Scheveningen of het Haagse duinlandschap, en je ziet dat schilderachtige spel van wolken dat ons allemaal blijft boeien.”

Beeld: Hendrik Willem Mesdag, Zonsondergang
met garnalenvissers, z.j., olieverf op doek,
110 x 187 cm. Museum Panorama Mesdag, Den Haag

Hardus: ‘Tot slot: wat hoop je dat lezers meenemen uit ons boek?’

Van den Belt: “Dat de Haagse School niet alleen nostalgie is, maar ook een verhaal over kijken, verwonderen en kennis. Licht, lucht en water vormen samen een continu gesprek tussen mens en natuur. Dat begint bij iemand als Luke Howard, maar het leeft voort in elke schilder, elke foto, elk moment dat iemand omhoog kijkt en denkt: wat een lucht.”

De schilders van Den Haag Auteurs: Werner van den Belt & Bob Hardus Uitgegeven door WBOOKS, in samenwerking met Museum Panorama Mesdag. Verschijningsdatum boek: 20 oktober 2025. Tentoonstelling: Licht, lucht, water – de schilders van Den Haag Locatie: Museum Panorama Mesdag (Zeestraat 65, 2518 AA Den Haag). Van 4 oktober 2025 t/m 1 maart 2026.